Apfelstrudel

Ingrediënten:

Deeg:
250 g patentbloem
3 g zout
2 eierdooiers
60 g boter of 4 eetlepels olie
ruim 1 dl water
2 druppels azijn

Vulsel:
¾ kg zure appelen
1 theelepel kaneel
1 ei
(75 g suiker)
(50 g walnoten of 75 g rozijnen)
(2 nootjes gember)
(1 eetlepel rum)


De bloem zeven, een kuiltje in de bloem maken en hierin het zout, de dooier, de gesmolten boter of de olie en het lauwwarme water schenken. Van het midden uit roerend alle ingrediënten vermengen en tot een soepel deeg kneden. De deegbal met olie bestreken afgedekt ca. 30 minuten op kamertemperatuur laten rusten.

De appelen schoonmaken en snipperen; kaneel, het losgeklopte ei en desgewenst de suiker toevoegen. Desgewenst gehakte walnoten of gewelde rozijnen en geneden gember en/of rum toevoegen. De deegbal uitrollen op een met bloem bestoven stuk folie of op een doek. De deegplak dun met olie bestrijken, op bebloemde handen nemen en gelijkmatig uitrekken tot papierdikte (ca. 40 x 40 cm) en neerleggen op folie of op een doek; de randen bijsnijden. Het vulsel als een brede reep vanaf ca. 10 cm van de bovenrand af leggen. De onbedekte rand over het vulsel heenleggen en stevig oprollen. De zijkanten op het onderliggende deeg vastdrukken. De stroedel op een goed ingevette bakplaat leggen, met boter of olie bestrijken en midden in een voorverwamde oven (200 °C) bakken; na 20 min. nog een met olie of boter bestrijken. Het gebak gaar en licht bakken (ca. 45 min.). Het gebak op de bakplaat iets laten afkoelen en in stukken van ca. 5 cm breedte snijden. Desgewenst geven met een warme vanillesaus.

Ga terug